Hantum in het begin van de 20e eeuw

Deel 9

Wij zijn nu weer beland in de "Grote Steeg". In een kleine woning naast de winkel van "Manus Glas" woonde de oudste inwoonster van Hantum in die dagen: de weduwe van Pier de Graaf, Adriaantsje Beppe. Zij is bijna 100 jaar geworden. 't Was de moeder van Jan de Graaf en de grootmoeder van "Klaas Adriaan", de vrouw van onze buurman, de bakker Klaas Hendrikus Velink.
Op de hoek van de "Spokesteeg" volgde dan een oud huis bewoond door Louw Benaris - eer broer van de reeds genoemde Sieds.
In later jaren werd dit huis afgebroken en werd een nieuw huis, waarin een ververswerkplaats gebouwd. Aanvankelijk kwam hierin de reeds beschreven Hense Dorenbos kwam te wonen; later opgevolgd Klaas Everts de Vries.

Nu begeven wij ons in de "Spokesteeg". Het eerste, vrij nieuwe pand werd bewoond door Steven van der Meulen. Zijn vrouw Minke heb ik nauwelijks gekend. Een dochter Dirkje verzorgde de huishouding.
Steven was karrijder - met een hondenkar - en onderhield een dagelijkse dienst op Dokkum. Hij was ook in die stad vele jaren een bekende persoonlijkheid. Voorts was hij klokkenluider, en moest drie keer daags: 's morgens 8 uur, 's middags 1 uur en 's avonds 6 uur de torenklok luiden. Bij zijn ontstentenis was Dirkje klokkenluidster. Hij was niet altijd even precies op tijd met die klokkenluiderij. Het was wel eens iets te vroeg en soms - en dat vonden de boeren niet erg, zei men - enkele minuten te laat. De verklaring was dan "Steven heeft onderweg van Dokkum enkele minuten verloren. Alleen al over Steven zou haast een boek volgeschreven kunnen worden. lk zal daar maar van afzien.
In mijn herinnering ruik ik nog de stank die je tegemoet kwam bij de opening der deur waarachter de karrehonden hun verblijf hadden. Onbegrijpelijk dat zulks te verdragen was door de bewoners van het huis, dacht je dan.

Naast Steven van der Meulen. stond in de Spokesteeg een dubbel woonhuis - vlak tegenover de ingang van het "lokaal", achterin de tuin der Hervormde Pastorie gebouwd, waarin de Catechisaties en de zondagschool samenkomsten werden gehouden.
In die woning hebben naast Steven later gewoond de reeds eerder genoemde Eibert en Symkje, voordien wonende in de arbeiderswoning van Siebe Bosch, aan de weg naar Ternaard. Wie in de andere helft woonden herinner ik mij niet meer goed, waarschijnlijk Jan Coré's Antje die we verderop in het verhaal in een andere woning ontmoeten.

Het dan komende perceel werd lange tijd bewoond door Jan Dijkstra. "Malle Jan" in de wandeling genaamd. Zijn vrouw was Trijn. Er was een dochter Fokje en een zoon Pieter. Fokje kreeg nog al eens bezoek van feinten uit de omgeving, van Holwerders in het bijzonder. Pieter is naar ik me herinner in Duitsland omgekomen. "Malle Jan" werkte lange tijd bij mijn vader als opperman. Over zijn figuur en doen en laten zou ik een afzonderlijk verhaal kunnen schrijven.

Het aangrenzende woonhuis was achter de herberg van Jan Piers de Graaf gesitueerd. Ik herinner dat daar gewoond hebben Pieter Zeepma en zijn vrouw. Pieter was eer broer van de vrouw van Jitse Grijpstra - "Jitse Vod".
Later hebben daar gewoond Keimpe Grijpstra, de tweede zoon van genoemde Jitse en diens vrouw Mintsje, die afkomstig was uit de Ferwerder Rijp (tussen Blija en Ferwerd). Haar vader had de bijnaam "Ale Kikker".

Dan kwam de herberg met slagerij van Jan de Graaf. De slagerij werd gedreven door een zoon Pier. Wij allen noemden hem "Pierom". Hij was vrijgezel, broer van de vaker genoemde "Klaas Adriaan" en dus een echte oom van haar kinderen.
Toen ik een schooljongen was waren Jan Piers de Graaf en zijn vrouw Antje Boersma al bejaarde mensen. Wij noemden haar "Antsje Beppe". Het was een groot gezin geweest, maar in mijn jeugd waren de meesten al "uitgevlogen". Van de dochters is Adriaantje al genoemd. Dan waren er nog Catharine en Romkje, "Muoike Tine" en "Muoike Pomme". Naar hen genoemde tantezeggers leven nog en zijn nu hoog bejaard. Ik sprak hen op 26 mei 1979. Van de jongens - mannen toen al - heb ik behalve de reeds genoemde Pier, ons aller Pierom, gekend Auke en Hylke en voorts waren er, meen ik, nog een Sybe, die in Holland woonde en een Jacob, maar die heb ik niet gekend.
Auke werkte in 1905 bij mijn vader, toen de stelphuizing, waar destijds Jelle Miedema op kwam te wonen, werd gebouwd - vlak bij de Hantumerhoek. Het was in de tijd van de oorlog tussen Rusland en Japan; tijdens het schaftuur in de keet werd daar zwaar over geboomd. De reeds genoemde Jan Dijkstra, "Malle Jan", voorspelde de overwinning der Japanners. Hij heeft gelijk gekregen.

Tegenover de herberg en tegen het genoemde lokaal, verrees nog een woonhuis, bewoond door Jan Terpstra, - genoemd "Jan Jaantsjes" ter onderscheiding van de vele andere Jan Terpstra's in het dorp woonachtig. De vrouw heette Pietje; er was een zoon ook Jan geheten en die werd "Jan Pietsjes" genoemd.

In latere jaren - ik had Hantum al verlaten - woonde hier de familie Brouwer - de stratemakers - voorheen wonende aan het Noorderbolwerk te Dokkum. De zoon Abe, de latere schrijver, heeft in die tijd neem ik aan, de stof vergaard voor zijn prachtige "Gouden Swipe".

 
 HOME 

 De dorpen 

 Verenigingen 

 Dorpsblad   HichtePunten 

 Historie




 Inleiding 

 -  1 -     -  2 - 
 -  3 -     -  4 - 
 -  5 -     -  6 - 
 -  7 -     -  8 - 
 -  9 -    - 10 - 





 Afdrukken?