"Hoe heet je?" is meestal de eerste vraag die gesteld wordt, als je iemand wil leren kennen. Hoewel we tegenwoordig bijna alles met nummers aanduiden, is de naam gelukkig nog steeds het belangrijkste kenmerk van een mens. Je naam zegt iets over je afkomst, en daarmee ook over wie je bent. Een mens komt niet uit de lucht vallen. Er is een vader, die je heeft verwekt en een moeder die je heeft gebaard. Er waren twee mensen nodig om mij te kunnen laten ontstaan. Twee mensen die op hun beurt ook een vader en een moeder hebben gehad. In een lange keten van geslachten ben ik uiteindelijk die ene mens die ik ben, en zijn we als mensen op een of andere manier allemaal met elkaar verbonden.
In de naam die mijn ouders mij hebben gegeven, hebben ze dat ook uitgedrukt. Boomsma is de familienaam van mijn vader, Jacobus de naam van mijn grootvader, en Pieter de naam van mijn vader. Ik sta in een lijn van geslachten.
Daarnaast zijn de namen Jacobus en Pieter verbonden met een traditie. Een traditie die zich baseert op de Bijbel. Jacob(us) en Pieter (Petrus) zijn Bijbelse namen. De Bijbel tekent de mens als een schepsel uit de hand van God. God, die de mens op deze aarde een plaats heeft gegeven om die ‘te bewerken en te bewaren’ (Genesis 2: 15). Aan de verhalen van de Bijbel wordt duidelijk wie God is, en wie wij mensen zijn. Veel is goed, maar er is ook veel verkeerd. De geschiedenis van Jezus laat dat op een samengebalde manier zien. Hij doet goed, maar wordt uiteindelijk als een misdadiger omgebracht. Zo gaat het vaak onder mensen. Er is veel onrecht. Maar er wordt verteld dat deze Jezus is opgestaan. Zijn dood is niet het laatste, en zijn sterven betekent de redding voor mensen. Het is dit wonderbaarlijke gebeuren, wat ik als predikant probeer uit te dragen en (voor zover mogelijk) te verduidelijken in de gemeenten die ik dien.