Pad naar de molen

De molen heeft tot aan de ruilverkaveling, die in de jaren ± 1970 tot ± 1990 uitgevoerd is, midden in de weilanden gestaan. Het asfaltweggetje dat nu naar de molen loopt – en verder – was er niet. Het pad naar de molen liep voor de ruilverkaveling vanuit Hantum via de ‘Lytse Reed’ [de Kleine Reed – een reed is een onverharde of met puin verharde landweg] tot aan de weilanden. Door de weilanden ging het pad verder als een zogenaamd voet- en kruiwagenpad. Het was niet meer dan een smalle strook door het weiland, waar het gras niet hoog groeide omdat er geregeld gelopen werd. In de zomer was het, bij niet te natte grond, mogelijk te fietsen. Het fietsen ging wel zwaar, maar het ging.
Zie hiervoor ook de Kaart Polder Hantumer Leech. Het pad door de weilanden is daar met een onderbroken lijn op aangeven.

Om bij de molen op het erf te komen moest er over planken over twee sloten en een smalle brug over de molentocht naar de molen gelopen worden. Een tocht(sloot) is een vaart of sloot waardoor het water naar de molen stroomt.

Een foto uit ongeveer 1950, in de zomer en vanuit het noordwesten genomen.

Vanaf de molen gerekend lag er aan de westkant van het molenerf eerst een plank over de sloot tussen het erf en het weiland. Vervolgens lag er de smalle brug over de molentocht. Dit bruggetje was van hout en had aan beide kanten een leuning. Het was ongeveer zo breed dat er net een kruiwagen over kon. Na het bruggetje kwam het pad door de weilanden. Op het eind van het pad door de weilanden lag, naast het landhek, weer een plank over de sloot en kwam men op de reed uit. Het eerste eind – tot aan de bocht – van deze reed was onverhard. Naast het gedeelte dat door paard en wagen gebruikt werd lag voor fietsen en voetgangers een smal sintelpaadje.

Vanaf de bocht [op de kaart onderaan bij de W van Westdongeradeel] tot aan het dorp was de reed met puin en steenslag verhard. In de zomer hielp deze verharding wel maar in de winter was het nog een blubberzooi. Dit voetpad was eigenlijk voor gebruik door de mensen die even verderop in een boerderijtje en nog weer verder in een arbeiderswoning woonden. Ook was dit pad het binnenpad van Lytse Lea (Lutke Laerd), een paar boerderijen zuidelijk van de molen, naar en van Hantum. De gezinnen van de molenaars gebruikten het echter ook.

Het officiële pad naar de molen toe liep – vanaf Hantum – natuurlijk eerst ook over de half verharde reed maar bij de bocht (op de kaart bij de W van Westdongeradeel) liep het dan direct door twee weilanden naar de molen. Grotere dingen dan men kon dragen of op de fiets vervoeren werden hierlangs naar de molen gebracht.

Veel mensen kwamen er in die tijd niet bij en langs de molen, en al helemaal niet in de winter. De postloper kwam wel iedere dag langs als hij tenminste oor iemand aan het pad post had, wat niet altijd het geval was. De winkelman in kruidenierswaren kwam twee keer in de week. De eerste keer om de bestellingen op te halen en de tweede keer om de bestelde waren af te leveren. Iedere dag kwam er een bakker met zijn broodmand. De twee bakkers uit Hantum kwamen om beurten. De slager kwam niet. Voor vleeswaren moest men naar het dorp. Melk had men zelf en karnemelk kwam rechtstreeks van de melkfabriek. Eventuele andere zuivelproducten moesten ook uit het dorp gehaald worden. Verder kwam er bijna niemand.

Terug naar boven

Home | Inleiding | De molen | Molenaars | Molenhuis / veestalling | Pad naar de molen | Nutsvoorzieningen | Groentetuin | Foto-overzicht