JACOB JETZES KALMA



Hantumhuizen 17 mei 1907 - Leeuwarden 23 mei 1991


Een levensbericht door Ph.H. Breuker

Gepubliceerd in:
Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde
te Leiden, 1991-1992


   Jacob Kalma werd op 17 mei 1907 als eerste kind geboren uit het huwelijk van Jetze Jacobs Kalma en Gerritje Alberts van der Hem, beiden stammend uit oude Friese boerenfamilies. Ze waren met hun huwelijk pachtboer geworden op een akkerbouwbedrijf in Hantumhuizen, een klein dorp in het overwegend gereformeerde uiterste noordoosten van de provincie Friesland. De familie behoorde er tot de minderheid van vrijzinnig-hervormden. Jaap kon in het dorp nog de openbare school afmaken, maar zijn jongere zusje moest later naar het drie kilometer verderop gelegen Hantum. In Hantumhuizen zelf bleef alleen de in 1915 opgerichte gereformeerde school bestaan.

   De Kalma's verhuisden in 1922 naar een kleiner, eigen akkerbouwbedrijf in het overwegend vrijzinnige Stiens, waar de vader vandaan kwam. Jaap, die tot dan toe de Franse (u.l.o.)school in Dokkum had bezocht, werd nu in de traditie van liberale boerenfamilies leerling van de Rijks-H.B.S. met B-opleiding te Leeuwarden, zonder dat hij overigens een bijzondere aanleg voor exacte vakken had. Hij deed er met tienen voor Nederlands en Duits in 1926 eindexamen. Onder invloed van J.A. Bruins Jr., de plaatselijke predikant, besloot Kalma theologie te gaan studeren. Daartoe bleef hij een jaar thuis ter voorbereiding op het Staatsexamen Eerste gedeelte. In dat jaar had hij veel contact met Bruins en diens gezin. Bruins was redacteuroprichter van het blad De Blijde Wereld van de religieus socialisten. Bruins stond hem ook tijdens zijn theologische studie met raad en daad terzijde en zou hem in 1932 als predikant in zijn eerste gemeente bevestigen. Grote indruk op de jonge Kalma maakte het werk van Ibsen, dat Bruins op catechisatie voorlas, in het bijzonder Brand, de figuur die Kalma zijn hele leven is blijven intrigeren.

   Kalma ging op advies van Bruins naar Leiden, legde in 1928, nadat hij eerst nog Staatsexamen Tweede gedeelte had gedaan, propedeutisch examen af, en behaalde twee jaar later zijn kandidaats. Hij bewoog zich heel actief in studentenkringen. Zo werd hij direct al in 1927 lid en later ook voorzitter van de afdeling Leiden van de Vrijzinnig-Christelijke Studenten Bond, sloot hij zich het volgende jaar met studiegenoten als D. Bender, Hilda Jonker, W. Klaar, D. Oosten, L.H. Ruitenberg, A.R. Scholten, K. Terpstra en S. Zeilstra, van wie velen vrienden voor het leven zouden blijven, bij de Sociaal-Democratische Studenten Club aan, richtte hij met anderen in 1929 de Leidsche Theologen-Vereeniging 'Tua res agitur' op en was hij vanaf de oprichting in februari 1930 ook nog korte tijd lid van de kleine Fryske St˙dzje-rounte Leijen, waarvan A.R. Scholten als voorzitter optrad. In 1929 leerde hij Froukje Koops kennen, die dat jaar in Leiden was aangekomen als studente theologie. Zij was op 19 juni 1905 in Den Haag in een onderwijzersgezin geboren en zelf na een H.B.S.-B-Opleiding, die ze op vijftienjarige leeftijd had voltooid, aanvankelijk ook onderwijzeres geworden. Ze verloofden zich in maart 1930. Samen met haar ging hij dat jaar een semester lang naar de Philipps-universiteit in Marburg, waar ze onder meer college liepen bij de bekende hoogleraar R. Bultmann. Hij deed eind 1931 zijn kerkelijk voorbereidend examen in Amsterdam, zij (cum laude) haar kandidaats in Leiden. Op 13 januari 1932 trouwden ze in Den Haag; het huwelijk werd bevestigd door dr. Nicolette A. Bruining. Ze kregen tussen begin 1933 en midden 1942 acht kinderen, van wie het eerste op 18 juni 1934 aan hersenvliesontsteking overleed.

 
 HOME 

 De dorpen 

 Verenigingen 

 Dorpsblad   HichtePunten 

 Historie




 Inleiding 

 - 1 -     - 2 - 
 - 3 -     - 4 - 
 - 5 -     - 6 - 
 - 7 -     - 8 - 






 Afdrukken?