In de jaren 1945 tot 1947 had voor hem actuele, zij het steeds beschouwende journalistiek op politiek en cultureel gebied in Friesland voorop gestaan. In 1945, na de bevrijding, was hij een half jaar politiek redacteur van de Leeuwarder Koerier, het belangrijkste dagblad van Friesland, dat in de plaats was gekomen van de tijdelijk verboden Leeuwarder Courant. Mederedacteuren waren J. Piebenga, net als hij aangezocht door de uit de illegaliteit voortgekomen groep Je Maintiendrai, en Jhr. J.WJ. Witsen Elias, die de eigenaren van de Leeuwarder Courant vertegenwoordigde. Kalma's redacteurschap liep na aanvankelijk enthousiasme op teleurstelling en ergernis uit. Reeds met ingang van oktober 1945 trok hij zich uit de redactie terug. Hij had zich inmiddels in zijn oude partij, de S.D.A.P., weinig geliefd gemaakt door zijn aanvallen op wat hij als lid en verklaard voorstander van de Nederlandse Volksbeweging zag als starheid in die partij. Jan Bank deelt in zijn Opkomst en ondergang van de Nederlandse Volksbeweging (1978) mee dat Evert Vermeer begin augustus op zijn inspectiereis de partijleden in Friesland in verwarring aantrof en vond dat vooral Kalma funest werk deed. Kalma werd dan ook niet direct al bij de oprichting lid van de P.v.d.A.

   Tot zijn journalistieke werk behoren ook twee brochures uit 1946 over de voogdij van joodse oorlogspleegkinderen, gepubliceerd op verzoek van en in overleg met H. Beem, waarin hij zich keerde tegen het standpunt van de meerderheid in de Nationale Commissie Oorlogspleegkinderen en de zijde koos van de joodse minderheid, die zich in juli van dat jaar uit de Commissie had teruggetrokken. De brochures vonden toen weinig anders dan bestrijding, onder meer van J.H. Scheps, maar worden nu met waardering genoemd als een van de weinige tekenen van verontrusting in ons land over de onjoodse opvoeding die veel joodse kinderen kregen nadat ze bij christelijke gezinnen of roomskatholieke instellingen waren ondergebracht. Voor zijn hulp aan joden tijdens de oorlog hij bracht vanaf 1941 ongeveer vijftig joden in veiligheid, onder wie vanaf eind 1942 zo'n dertig kinderen, ook door er zelf in huis te nemen, ontvingen hij en zijn vrouw in november 1975 in Amsterdam de onderscheiding van de Rechtvaardigen der Volkeren (Yad Vashem) uit handen van de IsraŽlische vice-premier.

   Aan zijn politiek-redacteurschap kwam in oktober 1945 nog niet direct een einde, omdat hij toen (met Sj. van der Schaaf) de redactie ging voeren van de Friese editie van het weekblad je Maintiendrai, een uitgave van de gelijknamige stichting, en vervolgens, toen die editie te duur werd, in juli 1946 met Van der Schaaf en D. de Loor de redactie vormde van het ook door de stichting Je Maintiendrai gefinancierde weekblad Nieuw Friesland, maar dat was eigenlijk al van het begin af aan een cultureel blad. Kalma kon er tot mei 1949, toen de uitgave bij gebrek aan belangstelling werd gestaakt, zijn in toenemende mate historisch georiŽnteerde stukjes in plaatsen. Hij had intussen sinds zijn heroriŽntatie in de zomer van 1947 naam gemaakt met zijn publikaties over veld- en nederzettingsnamen, tot de studie waarvan hij was opgewekt door dr. P. Sipma. Sipma en J.H. Brouwer verzorgden de experimentele opleiding voor de middelbare akte Fries, die najaar 1947 van start was gegaan en die Kalma een jaar lang volgde. Samen met Brouwer, die in 1950 voorzitter van de Fryske Akademy werd, zette hij de schouders onder het toen nog heel kleine instituut. In 1951 kwam hij zelf in het bestuur en werd hij tijdelijk secretaris.

   Inmiddels was hij in 1950 benoemd in het bestuur van het Friesch Genootschap, waar hij in bibliografisch onderzoek het wetenschappelijke werk vond dat hem het beste lag. De toponymie vereiste meer ondergrond dan Kalma bezat of anderen hem konden bieden. Het Genootschap, dat toen ook nog eigenaar van het Fries Museum was, had een schitterende bibliotheek met welhaast alles wat er aan boeken en handschriften in en over historisch Friesland was verschenen. Als opvolger van mr. P. C.J.A. Boeles werd Kalma bibliothecaris. Zijn verkiezing tot bestuurslid gaf nog aanleiding tot een heftige strijd tussen voorstanders van Fries en pleitbezorgers van Nederlands in Friesland, omdat Boeles, een belangrijke vertegenwoordiger van de laatste groep, dientengevolge gedwongen was te vertrekken. Het resultaat van Kalma's bibliografisch onderzoek, dat hij niet beperkte tot de bibliotheek van het Genootschap, was een bibliografie van alle drukken tot 1816 uit Friesland. Tot het midden van de jaren zestig waren er plannen deze bibliografie in druk te doen verschijnen, maar tot op heden is zij enkel als kaartsysteem raadpleegbaar. In zijn facsimile-uitgave van een aantal zeventiende-eeuwse gelegenheidsgeschrift en Men meldt ons uit Friesland (1973) publiceerde hij in veertig dicht bedrukte bladzijden de titels van die pamfletten uit zijn bibliografie die niet in de bekende pamflettencatalogi voorkomen. Andere vruchten van zijn bibliografisch onderzoek uit deze periode zijn het Repertorium Frieslands verleden (1955) en bibliografieŽn van werk over het Oera linda Bok, Gysbert Japix, de Van Harens en Joh. Hilarides. Voorts tientallen biografische schetsen van historische figuren (die de basis zouden vormen van zijn vier eeuwen omvattende serie Dit wienen ek Friezen (1964-1974)), inleidingen bij heruitgaven van topografische prenten en van werk van leden van het zeventiende-eeuwse Friese hooglerarengeslacht Schotanus, en een cultuurgeschiedenis van de zeventiende eeuw in Friesland, Om Gysbert Japiks hinne (1963). Voor dat laatste werk ontving hij in 1964 de vierjaarlijkse provinciale prijs voor historisch onderzoek van amateurs.

   Kalma raakte zo in beslag genomen door de historische studie, dat hij een dubbelleven ging leiden. Zijn gemeente was trouwens al eerder zijn ongedeelde belangstelling kwijtgeraakt. In 1942 had hij overwogen in Groningen geschiedenis te gaan studeren, maar de eisen van de hoogleraar Van Winter en de tijdsomstandigheden maakten dat hij ervan af moest zien. De keuze voor een predikantschap dat hem helemaal zou opeisen, een mogelijkheid die zich aan het eind van 1945 met een beroep uit Assen voordeed, werd na lang aarzelen begin februari 1946 verworpen. In de jaren vijftig heeft hij nog tevergeefs gehoopt op een andere betrekking, die hem gelegenheid zou kunnen bieden zich geheel aan de studie van de Friese geschiedenis te wijden. Ten slotte, in de tijd dat hij als bureauredacteur in bijna onmogelijk korte tijd de Encyclopedie van Friesland moest samenstellen (en voor een belangrijk deel ook zelf moest schrijven), liep het vast, ook in de gemeente. Opnieuw, als in 1947, gaf hij niet zonder persoonlijke strijd zijn leven een nieuwe wending.

 
 HOME 

 De dorpen 

 Verenigingen 

 Dorpsblad   HichtePunten 

 Historie




 Inleiding 

 - 1 -     - 2 - 
 - 3 -     - 4 - 
 - 5 -     - 6 - 
 - 7 -     - 8 - 






 Afdrukken?